BRO Productomgeving
release-3.1-2026-Q2 release-3.0-2026-Q1 release-2.9_2025_Q4 release-2.8_2025_Q3 release-2.7_2025_Q2 release-2.6_2025_Q1 release-2.5_2024_Q4 release-2.4_2024_Q3 release-2.3_2024_Q2 release-2.2_2024_Q1 release-2.1_2023_Q4 release-2.0_2023_Q3 release-1.92_Q1_2023 release-1.9_Q4_2022 release-1.8_Q3_2022 release-1.7_Q2_2022 release-1.6_Q1_2022 release-1.5_Q4_2021 release-1.4_Q3_2021 release-1.3_Q2_2021 release-1.2_mei_2021 release-1.1_Q1_2021 release-1.0_Q4_2020
release-3.1-2026-Q2 release-3.0-2026-Q1 release-2.9_2025_Q4 release-2.8_2025_Q3 release-2.7_2025_Q2 release-2.6_2025_Q1 release-2.5_2024_Q4 release-2.4_2024_Q3 release-2.3_2024_Q2 release-2.2_2024_Q1 release-2.1_2023_Q4 release-2.0_2023_Q3 release-1.92_Q1_2023 release-1.9_Q4_2022 release-1.8_Q3_2022 release-1.7_Q2_2022 release-1.6_Q1_2022 release-1.5_Q4_2021 release-1.4_Q3_2021 release-1.3_Q2_2021 release-1.2_mei_2021 release-1.1_Q1_2021 release-1.0_Q4_2020

Werkinstructie aanbieden milieuhygiënisch vooronderzoek onder BRO-SAD

Aanleiding:

In de catalogus SAD is ‘milieuhygiënisch vooronderzoek’ (ook wel ‘historisch onderzoek’) opgenomen als een onderzoek met verplichte registratie in de BRO. Met het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt bedoeld het onderzoek dat wordt gedaan om te bepalen of er sprake is van een verdenking van bodemverontreiniging. Dit onderzoek bestaat onder andere uit archiefonderzoek en zo nodig een locatiebezoek. Het vooronderzoek wordt als zelfstandig onderzoek gerapporteerd. De conclusie uit het vooronderzoek bepaalt of er daadwerkelijk een volledig bodemonderzoek wordt gedaan waarbij ook veldwerkzaamheden en analyses worden uitgevoerd. Als het vooronderzoek aanleiding geeft tot veldonderzoek vormt het vooronderzoek vaak onderdeel van de rapportage van het (verkennend) bodemonderzoek.

In geval van een registratie van een milieuhygiënisch vooronderzoek onder de BRO-SAD bestaat de gegevens set uit de contour van het onderzoeksgebied, de rapportkenmerken en zo mogelijk de conclusie van de adviseur.

In de praktijk blijkt dit te leiden tot een ongewenste situatie waarbij veel onderzoeken een BRO verplichting krijgen zonder dat deze concreet nieuwe informatie bevatten. Het gaat bijvoorbeeld om onderzoeken bij tijdelijke uitname, waarbij maar een heel klein gebied wordt verkend en waarbij vooral wordt gebruik gemaakt van bestaande informatie bijvoorbeeld in het BIS of de BRO zelf.

Het registreren van de rapportkenmerken in de BRO geeft dan geen nieuwe inzichten in de bodemkwaliteit.

In overleg met het werkveld is daarom besloten om de registratie van het ‘milieuhygiënisch vooronderzoek/historisch onderzoek’ in de BRO onder SAD te beperken op basis van de aanleiding zoals beschreven in NEN5725. Er is daarbij onderscheid gemaakt naar de typen aanleiding met hergebruikswaarde van het vooronderzoek.

Brondocumenten:

Voor de afbakening van de registratie van het ‘milieuhygiënisch vooronderzoek/historisch onderzoek’‘in de BRO baseren we de werkinstructie op de aanleiding voor het onderzoek zoals vastgelegd in de NEN 5725. De vigerende versie op moment van schrijven van deze instructie is de NEN 5725:2023 nl. Tabel 1 in paragraaf 5.2 van deze NEN geeft de verschillende aanleidingen voor historisch onderzoek (Bron: NEN 5725:2023 nl):

Aanleiding in NEN5725

Beschrijving

A

Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie

B

Uitvoeren van een nul- of eindonderzoek bodem

C

Bepalen van de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie

D1

Uitvoeren van een in-situ partijkeuring

D2

Uitvoeren van een ex-situ partijkeuring

E

Opstellen of actualiseren van een bodemkwaliteitskaart

F

Gebruik van bodemkwaliteitskaarten ten behoeve van de milieuverklaring bodemkwaliteit

G

Tijdelijk uitnemen van grond en inschatten van arbeidshygiënische risico’s

H

Uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s

Binnen de beslisstructuur van BRO is afgesproken dat de registratieplicht alleen van toepassing is op milieuhygiënisch vooronderzoek met aanleiding A, B of C. Hierbij geldt aanvullend dat het vooronderzoek als los onderzoek is gerapporteerd. Als het vooronderzoek onderdeel is van een rapportage verkennend onderzoek hoeft deze bovendien niet apart te worden geregistreerd.